Luchtdicht bouwen

Bij het isoleren van een gebouw maakt luchtdicht bouwen een integraal onderdeel uit van de thermische schil. Een goed energieconcept bestaat niet alleen uit isolatie. De toepassing van goed geïsoleerde kozijnen (met triple glas) en een optimale luchtdichtheid zijn aspecten die minstens zo belangrijk zijn. Een integrale aanpak maakt ook het isoleren met hoge Rc-waarden, zoals 8 of 10, lucratief.

Luchtdicht bouwen en EPC

Luchtdicht bouwen houdt in dat in gebouwen ongecontroleerde luchtstromen veroorzaakt door kieren en naden worden vermeden. Een goede luchtdichtheid verhoogt de bouwkwaliteit, het comfort en leidt tot een lager energieverbruik. Naast de keuze van een hoge isolatiewaarde heeft ook een lage luchtdoorlatendheid een positieve impact op een lage EPC. Zeker gezien de aanstaande BENG-eisen wordt een goede luchtdichtheid nog belangrijker

Voorbeelden van constructieonderdelen waar luchtlekken vaak voor komen, zijn:

  • Aansluiting tussen kozijnen en gevels.
  • Aansluitingen van daken op gevels en bouwmuren.
  • Aansluitingen met de begane grondvloer.
  • Daknokken en dakdoorvoeren.
  • Hoek- en onderlinge aansluitingen.

Bepalingsmethode mate aan luchtdichtheid

De waarde die wordt gebruikt voor de mate aan luchtdichtheid is de qv10 waarde. Deze eenheid geeft weer hoeveel liter lucht per seconde, per m2 bij een drukverschil van 10 Pa door de gebouwschil stroomt (dm3/s per m2). De luchtdichtheid moet worden berekend voor het gehele gebouw.

De luchtdichtheid kan op 3 manieren bepaald worden:

  • Hanteren van een forfaitaire waarde voor het gehele gebouw: Deze is afhankelijk van het dak- en gebouwtype. In de tabel staan voorbeelden van waarden die mogen worden gehanteerd. 
Tussenwoning met kap 0,700
Hoekwoning met kap 0,840
Vrijstaande woning met kap 0,980
Tussenwoning met plat dak 0,490
Hoekwoning met plat dak 0,588
Vrijstaande woning met plat dak 0,686
  • Waarden baseren op eerder gerealiseerde projecten: Indien projecten overeenkomen met eerdere gebouwde projecten dan mag de gemeten qv10 waarde van het reeds gerealiseerde project worden gebruikt. Bij oplevering moet nog wel gecontroleerd worden of de prognose ook is gerealiseerd. Een steekproef bij oplevering volstaat dan. De 'blowerdoor'-test wordt vaak uitgevoerd in combinatie met infraroodfotografie.
  • Specifieke berekeningen maken: De methode is gebaseerd op een relatie tussen de luchtdoorlatendheid van een gebouw en de bouwkundige aansluitingen. Met andere woorden: hoe meer strekkende meter aansluiting in een gebouw aanwezig is, hoe meer lucht de constructie in en uit kan stromen. Deze berekeningen maken vaak onderdeel uit van programma’s als PHPP, BREEAM, GPR en GreenCalc. 

De eisen

In het Bouwbesluit (artikel 5.4) is opgenomen dat de luchtdoorlatendheid van de thermische schil van voor mensen verwarmde gebouwen niet groter mag zijn dan 0,2 m3/s (qv10 ≤ 200 dm3/s), bepaald volgens NEN 2686. Deze eis is echter niet erg ambitieus en onvoldoende voor een energiezuinige woning. De waarde voor de luchtdichtheid in de EPC-berekening is daarom bijna altijd lager, en dus strenger, dan de Bouwbesluit-eis. 

De gehanteerde classificatie voor de mate van luchtdichtheid wordt ingedeeld in drie klassen:

Klasse 1 Basis qv10 > 1 dm3/s.m2 Voldoet aan het Bouwbesluit, geen bijzondere eisen
Klasse 2 Goed qv10 0,4 - 0,6 dm3/s.m2 Energiezuinig bouwen
Klasse 3 Uitstekend qv10 < 0,15 dm3/s.m2

Passief bouwen of andere vormen van zeer energiezuinig bouwen

BENG

 

Luchtdicht bouwen en EPC

Luchtdicht bouwen houdt in dat in gebouwen ongecontroleerde luchtstromen veroorzaakt door kieren en naden worden vermeden. Een goede luchtdichtheid verhoogt de bouwkwaliteit, het comfort en leidt tot een lager energieverbruik. Naast de keuze van een hoge isolatiewaarde heeft ook een lage luchtdoorlatendheid een positieve impact op een lage EPC. Zeker gezien de aanstaande BENG-eisen wordt een goede luchtdichtheid nog belangrijker

Voorbeelden van constructieonderdelen waar luchtlekken vaak voor komen, zijn:

  • Aansluiting tussen kozijnen en gevels.
  • Aansluitingen van daken op gevels en bouwmuren.
  • Aansluitingen met de begane grondvloer.
  • Daknokken en dakdoorvoeren.
  • Hoek- en onderlinge aansluitingen.

Bepalingsmethode mate aan luchtdichtheid

De waarde die wordt gebruikt voor de mate aan luchtdichtheid is de qv10 waarde. Deze eenheid geeft weer hoeveel liter lucht per seconde, per m2 bij een drukverschil van 10 Pa door de gebouwschil stroomt (dm3/s per m2). De luchtdichtheid moet worden berekend voor het gehele gebouw.

De luchtdichtheid kan op 3 manieren bepaald worden:

  • Hanteren van een forfaitaire waarde voor het gehele gebouw: Deze is afhankelijk van het dak- en gebouwtype. In de tabel staan voorbeelden van waarden die mogen worden gehanteerd. 
Tussenwoning met kap 0,700
Hoekwoning met kap 0,840
Vrijstaande woning met kap 0,980
Tussenwoning met plat dak 0,490
Hoekwoning met plat dak 0,588
Vrijstaande woning met plat dak 0,686
  • Waarden baseren op eerder gerealiseerde projecten: Indien projecten overeenkomen met eerdere gebouwde projecten dan mag de gemeten qv10 waarde van het reeds gerealiseerde project worden gebruikt. Bij oplevering moet nog wel gecontroleerd worden of de prognose ook is gerealiseerd. Een steekproef bij oplevering volstaat dan. De 'blowerdoor'-test wordt vaak uitgevoerd in combinatie met infraroodfotografie.
  • Specifieke berekeningen maken: De methode is gebaseerd op een relatie tussen de luchtdoorlatendheid van een gebouw en de bouwkundige aansluitingen. Met andere woorden: hoe meer strekkende meter aansluiting in een gebouw aanwezig is, hoe meer lucht de constructie in en uit kan stromen. Deze berekeningen maken vaak onderdeel uit van programma’s als PHPP, BREEAM, GPR en GreenCalc. 

De eisen

In het Bouwbesluit (artikel 5.4) is opgenomen dat de luchtdoorlatendheid van de thermische schil van voor mensen verwarmde gebouwen niet groter mag zijn dan 0,2 m3/s (qv10 ≤ 200 dm3/s), bepaald volgens NEN 2686. Deze eis is echter niet erg ambitieus en onvoldoende voor een energiezuinige woning. De waarde voor de luchtdichtheid in de EPC-berekening is daarom bijna altijd lager, en dus strenger, dan de Bouwbesluit-eis. 

De gehanteerde classificatie voor de mate van luchtdichtheid wordt ingedeeld in drie klassen:

Klasse 1 Basis qv10 > 1 dm3/s.m2 Voldoet aan het Bouwbesluit, geen bijzondere eisen
Klasse 2 Goed qv10 0,4 - 0,6 dm3/s.m2 Energiezuinig bouwen
Klasse 3 Uitstekend qv10 < 0,15 dm3/s.m2

Passief bouwen of andere vormen van zeer energiezuinig bouwen

BENG

 

Verlaging van de EPC

De luchtdoorlatendheid is een eenheid die onderdeel uitmaakt van de EPC-berekening. Hoe minder energie een gebouw via luchtlekkage verliest, hoe gunstiger de EPC. Door de alsmaar dalende EPC-eis wordt een goede luchtdichtheid een voorwaarde om, naast isolatiesystemen met hoge isolatiewaarde, aan deze eis te voldoen. Het principe is eenvoudig: Door het afdichten van luchtlekken worden ongewenste luchtstromen voorkomen.

De energieprestatie van de thermische schil hangt sterk samen met de mate van luchtdicht bouwen. Zodra een product niet helemaal luchtdicht wordt verwerkt, nemen de totale prestaties sterk af. Die spreekwoordelijke kier
van 1 millimeter kan grote gevolgen hebben door het drukverschil dat ontstaat. Zie ook het artikel 'Luchtdicht bouwen leeft onvoldoende in de corporatiesector'. 

Voorbeeld energieverlies per jaar bij verschillende qv10 waarden (berekend volgens NEN 5128): 

qv10 waarde Energieverlies (aardgas/jaar)
0,3 312 m3
0,2 208 m3
0,1 104 m3

Luchtdicht bouwen verhoogt het comfort

Luchtlekken worden door bewoners ervaren als tocht. Voorkoming van tocht verhoogt het comfort in het gebouw. 

Luchtdichtheid voorkomt vochtproblemen

Bij luchtlekken kan warme lucht van binnen naar buiten stromen. Dit kan leiden tot condensvorming in de constructie. Het gevolg: Beschadiging van de constructie en vermindering van de levensduur.

Een betere waterdichtheid

Indien de luchtdichtheid in een constructieonderdeel niet goed verzorgt is, kan vocht van buitenaf diep in de constructie doordringen. 

Een hoger geluidwering

Een luchtdichte constructie vormt een barrière voor geluidsgolven. Een ontbrekende luchtdichtheid zorgt voor een vermindering van de geluidsisolatie.

Een lagere qv10, en dus lagere EPC, met IsoBouw dakelementen

Zoals bij 'Wat is luchtdicht bouwen?' aangegeven kan bij het berekenen van de luchtdichtheid een forfaitaire qv10-waarde worden aangehouden. Zonde als u IsoBouw dakelementen toepast. Want uit metingen blijkt dat de qv10-waarde bij onze dakelementen ver onder het 'passief bouwen' niveau van qv10 < 0.15 ligt.

Door bureau Nieman is bepaald (volgens NEN 2686) wat de bijdrage aan de luchtvolumestroom van onze dakelementen is bij diverse aansluitingsdetails. Omdat er bijna geen effect geconstateerd werd bij een drukverschil van 10 Pa (de gebruikelijke waarde voor de bepaling van de qv10-waarde) is er zelfs gemeten bij een drukverschil van 100 Pa (qv100). Met deze detailleringsoplossingen kan ruimschoots worden voldaan aan de luchtdichtheidsklasse 3 (qv10 < 0,15, 'passief bouwen' niveau).

De metingen met de daarbij behorende weergave van de betreffende detailleringen zijn ook opgenomen in ons KOMO-certificaat

Dit betekent dat u bij het gebruik van de IsoBouw dakpanelen met slechts enkele eenvoudige aandachtspunten een veel lagere qv10-waarde kunt hanteren, en daarmee dus ook een lagere EPC behaalt. Wij zetten de 3 aandachtspunten even op een rij:

  1. Gebruik onze luchtdichte afdekprofielen: Deze profielen voldoen aan de hoogste klasse 3 ('uitstekend') voor luchtdichtheid. Dit is de klasse voor Passief bouwen of andere vormen van zeer energiezuinig bouwen (BENG).
  2. Werk volgens onze detailleringsvoorbeelden.
  3. Werk zorgvuldig, want een goede luchtdichtheid valt of staat uiteindelijk met een goede uitvoering in het werk.

Het gevolg:

  • Een lagere qv10-waarde kleiner dan 0,15 (Passiefhuis-niveau).
  • Een lagere EPC bij dezelfde RC-waarde.

Het belang van dampopen bouwen

Luchtdicht bouwen is niet gelijk aan dampdicht bouwen. Luchtdicht bouwen zorgt ervoor dat er er geen ongecontroleerde luchtstromen door de thermische schil gaan waardoor onnodig energieverlies voorkomen wordt. Dampdicht bouwen is gerelateerd aan het type constructie. Als de dampdichte laag (bv  PE-folie) niet goed aangebracht wordt of tijdens het gebruik van de woning geperforeerd wordt, is er kans op schade zoals houtrot, wat verstrekkende gevolgen kan hebben. Voldoende ventileren in een woning is zeer belangrijk voor een gezonde luchtkwaliteit. Met ventileren wordt ook vocht afgevoerd dat in de woning geproduceerd wordt. Bij dampdichte constructies moet al het vocht door ventilatie afgevoerd worden. Indien dampopen constructies toegepast zijn kunnen zij een vochtregulerende functie vervullen indien er tijdelijk een hogere vochtproductie is dan de ventilatiecapaciteit aankan.

Teveel vocht kan leiden tot schimmelvorming wat weer een gezondheidsrisico kan vormen voor de bewoners. Het opwarmen van een vochtig huis kost ook meer energie. Een goede vochthuishouding zorgt dus voor een gezonder en beter wooncomfort en verlaagt de energierekening.  

Dampopen bouwen met IsoBouw

Sommige isolatiematerialen en/of isolatiesystemen hebben een sterk dampremmende werking. Airpop® isolatie is dampopen waardoor vocht bij een hoge luchtvochtigheid via de constructie naar buiten wordt afgevoerd. Ook bij samengestelde isolatiesystemen zorgt IsoBouw er voor dat de constructie zoveel mogelijk dampopen blijft. Zo is bijvoorbeeld de SlimFix RenoTwin dakisolatie voorzien van een dampopen aluminiumfolie.    

Uw internetbrowser is verouderd.

Voor een goede weergave is een recente versie van uw browser vereist.

Deze webpagina is niet geschikt voor mobiele devices

U kunt deze pagina openen via uw desktop.