Wetten en regelgeving m.b.t. isolatie

Alle opdrachtgevers in de bouw krijgen bij het (ver)bouwen te maken met wetten en regelgeving. Met betrekking tot isolatie en isoleren zijn met name het Bouwbesluit en Europese regels van toepassing. IsoBouw zet de meest relevante wetten en regels uit het Bouwbesluit en de Europese voorschriften per onderdeel op een rijtje.

Bouwbesluit 2012

Bij het (ver)bouwen van woningen en gebouwen moet men zich houden aan de regels zoals vastgelegd in het Bouwbesluit 2012. Dit besluit bevat bouwtechnische eisen waaraan alle bouwwerken in Nederland minimaal moeten voldoen. De eisen hebben te maken met veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, toegankelijkheid, milieu en energiezuinigheid. Met name bij het laatste punt speelt de toepassing van isolatie een grote rol. 

Europese regels 

In de Nederlandse regelgeving heeft men ook te maken met Europese regels. Dit is bijvoorbeeld het geval bij bouwproducten. Bouwproducten moeten in heel Europa op dezelfde manier worden getest en beoordeeld. Daarnaast is er een richtlijn over de energieprestatie van gebouwen. Deze richtlijn moet ervoor zorgen dat de energieprestatie van gebouwen in de Europese Unie verbetert.

Isolatiewaarde RD ≠ RC 

Bij de communicatie van isolatiewaarden worden vaak twee verschillende waardes gebruikt:

  • RDeclared: Dit is het isolerend vermogen van het betreffende materiaal.
  • RConstruction: Dit is het isolerend vermogen van de totale constructie waarin het materiaal is toegepast. 

Voor beide waardes geldt: Hoe hoger de waarde hoe beter het isolerend vermogen uitgedrukt in m2K/W. Maar let op: Het betreft hier twee verschillende waardes die niet met elkaar verward moeten worden

Berekening RD-waarde: De RD-waarde wordt bepaald door de dikte van het isolatiemateriaal en de λ-waarde (lambda). De λ-waarde is de warmtegeleidingscoëfficient die in W/mK de mate van warmtegeleiding van de isolatie weergeeft.

Wiskunde formule: Dikte/λ=RD, bijvoorbeeld een isolatieplaat van 10 cm dikte en een λ van 0,031 heeft een RD van: 0.1/0.031= 3,20 (de wiskundige berekening moet altijd met 0,05 naar beneden afgerond worden). 

Berekening Rc-waarde: De Rc-waarde is een optelling van alle constructie-onderdelen conform de rekennorm NEN 1068. Deze optelling kan zowel positief zijn (extra bouwlagen), als ook negatief (bevestigers die koudebruggen vormen).    

Voorbeeld: Een buitengevelisolatieplaat kan een RD hebben van 3.0 m2K/W, maar door de bevestingsmethode met schroeven een lager RC van bijvoorbeeld slechts 2,45 m2K/W. 

Via onze Rekentool kunt u eenvoudig zelf deze RC-berekeningen maken.

Minimumeisen warmte-isolatie

Nieuwbouw: Voor het (ver)bouwen van woningen en andere gebouwen stelt het Bouwbesluit een aantal minimumeisen op het gebied van de warmteweerstand van constructies voor gevels, daken en vloeren. Deze warmteweerstand wordt weergegeven met de RC-waarde. De huidige minimale thermische isolatie-eisen van dichte gebouwdelen zijn als volgt:

  • Voor gevels: 4,5 m2.K/W.
  • Voor daken: 6,0 m2.K/W.
  • Voor vloeren: 3,5 m2.K/W.

Renovatie:  Vanaf november 2015 worden nieuwe eisen gesteld aan de isolatiewaarden bij renovatie of vervanging van vloeren, gevels, daken en kozijnen. Bij het vernieuwen of vervangen van isolatielagen geldt een warmteweerstand van:

  • Voor gevels: 1,3 m2.K/W.
  • Voor daken: 2,0 m2.K/W.
  • Voor vloeren: 2,5 m2.K/W.

Indien het rechtens verkregen niveau een betere energieprestatie heeft, dan geldt het rechtens verkregen niveau.

Bij grootschalige renovatie, waarbij men meer dan 25% van de thermische schil vervangt, moest men volgens het Bouwbesluit qua isolatiewaarden al voldoen aan de nieuwbouweisen voor isolatie. De aanpassing van het bouwbesluit heeft dus vooral consequenties voor kleine renovaties waarbij je onderdelen van een bestaand gebouw vernieuwd.

EPC

Voor nieuwbouw hanteert de overheid de EPC (energieprestatiecoëfficiënt). Aan de EPC ligt een uitgebreide berekening ten grondslag waarin o.a. rekening wordt gehouden met de isolatie, ventilatie, verwarming en oriëntatie van een gebouw. In haar streven om steeds energie-bewuster te gaan bouwen heeft de overheid de EPC de laatste tien jaar sterk aangescherpt. Conform de Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD) wordt de energieprestatie-eis eind 2020 opnieuw aangescherpt naar Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG).

Dit betekent niet dat de eis aan de EPC wordt verlaagd tot ‘0’. De Nederlandse EPA-labelsystematiek zal worden vervangen door het werkelijk gebouw-gebonden energieverbruik, oftewel het warmteverlies per vierkante meter gebruiksoppervlak per jaar (lees ook het artikel hierover van Stybenex). 

 

Isolatiewaarde RD ≠ RC 

Bij de communicatie van isolatiewaarden worden vaak twee verschillende waardes gebruikt:

  • RDeclared: Dit is het isolerend vermogen van het betreffende materiaal.
  • RConstruction: Dit is het isolerend vermogen van de totale constructie waarin het materiaal is toegepast. 

Voor beide waardes geldt: Hoe hoger de waarde hoe beter het isolerend vermogen uitgedrukt in m2K/W. Maar let op: Het betreft hier twee verschillende waardes die niet met elkaar verward moeten worden

Berekening RD-waarde: De RD-waarde wordt bepaald door de dikte van het isolatiemateriaal en de λ-waarde (lambda). De λ-waarde is de warmtegeleidingscoëfficient die in W/mK de mate van warmtegeleiding van de isolatie weergeeft.

Wiskunde formule: Dikte/λ=RD, bijvoorbeeld een isolatieplaat van 10 cm dikte en een λ van 0,031 heeft een RD van: 0.1/0.031= 3,20 (de wiskundige berekening moet altijd met 0,05 naar beneden afgerond worden). 

Berekening Rc-waarde: De Rc-waarde is een optelling van alle constructie-onderdelen conform de rekennorm NEN 1068. Deze optelling kan zowel positief zijn (extra bouwlagen), als ook negatief (bevestigers die koudebruggen vormen).    

Voorbeeld: Een buitengevelisolatieplaat kan een RD hebben van 3.0 m2K/W, maar door de bevestingsmethode met schroeven een lager RC van bijvoorbeeld slechts 2,45 m2K/W. 

Via onze Rekentool kunt u eenvoudig zelf deze RC-berekeningen maken.

Minimumeisen warmte-isolatie

Nieuwbouw: Voor het (ver)bouwen van woningen en andere gebouwen stelt het Bouwbesluit een aantal minimumeisen op het gebied van de warmteweerstand van constructies voor gevels, daken en vloeren. Deze warmteweerstand wordt weergegeven met de RC-waarde. De huidige minimale thermische isolatie-eisen van dichte gebouwdelen zijn als volgt:

  • Voor gevels: 4,5 m2.K/W.
  • Voor daken: 6,0 m2.K/W.
  • Voor vloeren: 3,5 m2.K/W.

Renovatie:  Vanaf november 2015 worden nieuwe eisen gesteld aan de isolatiewaarden bij renovatie of vervanging van vloeren, gevels, daken en kozijnen. Bij het vernieuwen of vervangen van isolatielagen geldt een warmteweerstand van:

  • Voor gevels: 1,3 m2.K/W.
  • Voor daken: 2,0 m2.K/W.
  • Voor vloeren: 2,5 m2.K/W.

Indien het rechtens verkregen niveau een betere energieprestatie heeft, dan geldt het rechtens verkregen niveau.

Bij grootschalige renovatie, waarbij men meer dan 25% van de thermische schil vervangt, moest men volgens het Bouwbesluit qua isolatiewaarden al voldoen aan de nieuwbouweisen voor isolatie. De aanpassing van het bouwbesluit heeft dus vooral consequenties voor kleine renovaties waarbij je onderdelen van een bestaand gebouw vernieuwd.

EPC

Voor nieuwbouw hanteert de overheid de EPC (energieprestatiecoëfficiënt). Aan de EPC ligt een uitgebreide berekening ten grondslag waarin o.a. rekening wordt gehouden met de isolatie, ventilatie, verwarming en oriëntatie van een gebouw. In haar streven om steeds energie-bewuster te gaan bouwen heeft de overheid de EPC de laatste tien jaar sterk aangescherpt. Conform de Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD) wordt de energieprestatie-eis eind 2020 opnieuw aangescherpt naar Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG).

Dit betekent niet dat de eis aan de EPC wordt verlaagd tot ‘0’. De Nederlandse EPA-labelsystematiek zal worden vervangen door het werkelijk gebouw-gebonden energieverbruik, oftewel het warmteverlies per vierkante meter gebruiksoppervlak per jaar (lees ook het artikel hierover van Stybenex). 

 

Isoleren verbetert het energielabel 

Een energielabel voor gebouwen geeft weer hoe energiezuinig een woning of gebouw is. Tevens vermeldt het energielabel welke energiebesparende maatregelen mogelijk zijn. Een energielabel is verplicht bij verkoop, verhuur of oplevering van woningen en gebouwen. Het label geeft huiseigenaren een goede indicatie over de hoogte van de maandelijkse lasten. Een huis met de classificatie A gebruikt beduidend minder energie voor verwarming en/of koeling dan een huis met classificatie G. Voor zeer energiezuinige huizen bestaan nog de classificaties A+ en A++

Voor welke gebouwen geldt dit en hoe moet een label aangevraagd worden?

Op de site van de rijksoverheid kunt u lezen voor welke gebouwen een energielabel verplicht is en voor welke gebouwen niet. U kunt hier ook zien hoe een energielabel aangevraagd moet worden. 

Elders op deze site kunt u zien wat een goede energielabel oplevert bij de verkoop van een woning

Verschil energielabel en energie-index

De Energie-Index geeft aan hoe energiezuinig een woning is en hoe een woning nog energiezuiniger wordt. Deze index wordt bepaald op basis van ca. 150 kenmerken van de woning. Bij een energielabel zijn dit maar 10 kenmerken. Het energielabel geeft alleen een eerste indruk van de energiezuinigheid. De Energie-Index is dus een exactere methode om de energieprestatie van een woning te berekenen. De Energie-Index is met name van belang voor verhuurders van woningen, omdat de index mede bepaald wat het aantal huurpunten is voor een woning. Meer info over de Energie-Index.   

relatie tussen energielabel en energie-index

 

Wel meten, maar nog geen grenswaarden

In het Bouwbesluit is vastgelegd dat vanaf 1 januari 2013 bij de nieuwbouw van woningen en van kantoren groter dan 100 m2 de milieuprestaties moeten worden berekend.
Deze berekening moet worden uitgevoerd overeenkomstig de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken versie 1-11-2011. De berekening laat zien wat de milieueffecten zijn van het gebouw, aan de hand van de daarin toegepaste materialen.

In de voorschriften zijn nog geen grenswaarden opgenomen voor de MPG (MilieuPrestatie gebouwen). Men wil eerst ervaring opdoen en zicht krijgen op de effecten in de markt. Er kunnen wel al private afspraken worden gemaakt over het te behalen kwaliteitsniveau. 

Kijk hoe u milieuvriendelijk kunt isoleren met IsoBouw

MPG in 2018 waarschijnlijk op 1

De verwachting is dat per 1 januari 2018 er een grenswaarde voor de MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) wordt ingevoerd met een maximum van 1,00 euro per m2 bvo per jaar. LBP|SIGHT, Nieman RI, DGMR en W/E Adviseurs hebben onderzocht hoe zich deze grenswaarde zich verhoudt tot de huidige EPC-eisen. Conclusie is dat de grens voor de meeste woningtypen geen probleem is. Woningen op het huidige Bouwbesluit-niveau van EPC 0,4 behalen een MPG-score van 0,4 tot 0,6. Bij een EPC van 0,4 tot 0 loopt de MPG-score op naar 0,5 – 0,7. Oftewel: Hoe lager de EPC, hoe dichter dit de PMG-score de 1,0 nadert. NOM-woningen komen uit op 0,5 tot 0,9. Dit is echter geen harde garantie dat de MPG 1 altijd gehaald wordt. Uit de berekeningen kwamen ook voorbeelden waarbij een woningen op BENG-niveau een PMG-score van 1,20 haalt. Daarnaast kunnen er ook private labels zijn die hogere eisen stellen dan wettelijk bepaald.  

Eisen Bouwbesluit 

Het Bouwbesluit kan eisen stellen aan constructies t.a.v. brandweerstand, brandreactie, compartimentgrootte en WBDBO:

  • Brandreactie: Airpop® toegepast in producten en constructies voldoet geheel aan de eisen van het Bouwbesluit. Door IsoBouw wordt uitsluitend Airpop® isolatie in SE-kwaliteit (brandvertragend gemodificeerd) toegepast.
    EPS-SE: Klasse 1 voor wat betreft de bijdrage tot de brandvoortplanting conform NEN 6065. EPS-SE: Rookdichtheid van 4,7 m-1 conform NEN 6066. 
  • Brandwerendheid: Deze wordt geleverd middels totale constructies, bijvoorbeeld 1 uur brandwerendheid.
  • Compartimentgrootte: Bij de bepaling van de maximale compartimentgrootte is de vuurbelasting van gebouwen sterk bepalend. Isolatiemateriaal speelt daarbij een ondergeschikte rol. Constructies met Airpop® kunnen een lagere vuurbelasting (dit is de hoeveelheid warmte resp. hitte die vrijkomt bij totale verbranding van alle materialen/constructies) hebben dan andere isolatiematerialen.  

Wat is brandweerstand?

Brandweerstand is de beperking van de uitbreiding van brand. De gehanteerde proef simuleert hoe lang het duurt (= tijd) voordat het vuur van een ontwikkelde brand in een bepaalde ruimte door de constructie overslaat naar een naastgelegen ruimte. De brandweerstand is niet van toepassing bij daken maar bij scheiding tussen 2 ruimten.

De prestatie van de geteste constructie/materiaal wordt uitgedrukt in het aantal minuten.

Wat is brandreactie?

Brandreactie is de beperking van het ontwikkelen van brand en rook. Hierbij beoordelen proeven het gedrag van het materiaal/product zelf (hoe is het gedrag bij brand)
De prestatie van de geteste materiaal wordt uitgedrukt in een brandreactieklasse, waarbij elke klasse met een letter wordt aangeduid (EU classificatiesysteem EN 13501-1).

Bepaling classificatie volgens EN 13501-1:

De Europese regelgeving (Bouwproductenrichtlijn) stelt eisen aan constructies, ingedeeld in Euroklassen (A1 t/m F). 
EU classificatie Airpop® producten: Airpop® wordt niet kaal toegepast. Producten met isolatiematerialen worden altijd in hun toepassingsvorm getest. 

Beperking van het ontwikkelen van brand

Bij nieuwbouw moet een minimale brandreactieklasse worden behaald, uitgedrukt in een letter. Welke klasse (letter) dit is, is schematisch vastgelegd in het Bouwbesluit.

Deze eis geldt alleen voor materialen grenzen aan de binnen- of buitenlucht en bij nieuwbouw. Isolatieproducten zijn meestal afgedekt door andere materialen waardoor deze eis niet voor in constructies ingebouwde isolatie geldt. Een IsoBouw-product waarvoor het wel van toepassing is, zijn onze dakelementen. Deze grenzen aan de binnenlucht. Hiervoor gelden dus de waarden zoals weergegeven in de matrix.

Conclusie: De brandreactieklasse voor dakelementen bij nieuwbouw moet minimaal D zijn. 

Beperking van de ontwikkeling van rook

De mate van rookontwikkeling wordt uitgedrukt in de classificatie’s:

  • s1 (geringe rookproductie).
  • s2 (gemiddelde rookontwikkeling)
  • s3 (grote rookproductie)

Alleen bij ‘(extra) beschermde vluchtwegen’ geldt een minimale eis van s2

De classificatie wordt aangevuld met de mate van druppelvorming:

  • d0 (geen brandende druppels binnen 600 sec.).
  • d1 (geen druppels die langer dan 10 sec. branden).
  • d2 (druppels die langer dan 10 sec. branden)

Het Bouwbesluit stelt GEEN eisen aan de mate van druppelvorming. Voorbeeld totale classificatie: D-s2, d0

Met een klasse B/C-s1, d0 voldoen onze SlimFixXT dakelementen dus ruimschoots aan de eisen uit het Bouwbesluit. Bij plat dak isolatie behalen onze isolatiesystemen de hier hoogst haalbare Eurobrandklasse B-s1, d0 (End use). 

Compartimentgrootte

Bij de bepaling van de maximale compartimentgrootte is de vuurbelasting van gebouwen sterk bepalend. Isolatiemateriaal speelt daarbij een ondergeschikte rol. Constructies met Airpop® kunnen een lagere vuurbelasting (dit is de hoeveelheid warmte resp. hitte die vrijkomt bij totale verbranding van alle materialen/constructies) hebben dan andere isolatiematerialen.

Wat is WBDBO?

WBDBO staat voor 'weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag'. Deze wordt uitgedrukt in minuten. De detaillering van de woningscheidende wand is hierbij bepalend. Met de juiste detaillering kan bijvoorbeeld bij de toepassing van Airpop® op het platte dak een brandwerendheid van 60 minuten worden behaald. Zonder goede brandwerende details zou ook bij zogenaamde 'onbrandbare' dakisolatie de brandwand niet brandwerend zijn. 

 Bekijk ook de aanvullende informatie m.b.t. brandveilig bouwen met Airpop®.

Bouwbesluit-eisen geluidwering

In het Bouwbesluit zijn 2 vormen van geluidhinder relevant met betrekking tot onze isolatiesystemen, en dan met name onze dakelementen:

  • Bescherming tegen geluid van buiten (buitenwanden).
  • De geluidwering tussen 2 ruimtes (binnenwanden).

De hieronder omschreven eisen hebben betrekking op nieuwbouw. Bij verbouwing/renovatie geldt het 'rechtens verkregen niveau'. Dit betekent dat bij een (gedeeltelijk) vernieuwing of verandering of een vergroting van het dak de eisen gelden ten tijde van de vergunningverlening in het verleden. 

Bescherming tegen geluid van buiten

  • Algemeen: De minimale eis aan de geluidwering van daken (buitenwanden) van verblijfsruimtes (zoals bijv. slaapkamers) is een geluidwering van minstens 20 dB. Voor niet-verblijfsruimtes (zoals bijv. zolders of badkamers) gelden geen eisen.

Naast deze algemene minimale eis voor de uitwendige scheidingsconstructie van verblijfsruimtes zijn er zones bepaald waar een aanvullende eis geldt:   

  • Weg- en spoorweglawaai: Een resulterend geluidsniveau in de verblijfsruimte van maximaal 33 dB.
  • Industrielawaai: Een resulterend geluidsniveau in de verblijfsruimte van maximaal 35 dB(A).
  • Vliegtuiglawaai nabij burgerluchthavens (binnen zones vastgesteld door de Wet Luchtvaart): Een resulterend geluidsniveau in de verblijfsruimte van maximaal 33 dB en in het bedgebied maximaal 28 dB.
  • Vliegtuiglawaai nabij militaire luchthavens (binnen zones vastgesteld door de Wet Luchtvaart): De geluidsisolatie van de uitwendige scheidingsconstructie moet minstens 30 tot 40 dB zijn.

Op de site van de overheid vindt u een uitvoerige omschrijving van de eisen tegen geluid van buiten.

Geluidwering tussen 2 ruimtes

De eis uit het Bouwbesluit is een geluidwering van minimaal 52 dB bij verblijfsruimtes en 47 dB bij niet-verblijfsruimtes. Naast de invloed van de dakelementen (IsoBouw adviseert hier de dakelementen met een 8 mm beplating toe te passen) speelt ook de uitvoering van de woningscheidende wand een belangrijke rol en de verhouding tussen het oppervlak van het dak en de wand. 

Zie ook de uitvoerige omschrijving in het Bouwbesluit.

 

 

Geen KOMO, maar CE en DoP

    

Naar aanleiding van de invoering en handhaving van de CPR (Europese regelgeving) mogen de essentiële eigenschappen van alle bouwproducten waarvoor een geharmoniseerde Europese productnorm is vanaf 1 januari 2015 alleen maar middels CE en een DoP (Declaration of Performance) gecommuniceerd worden. Dit betekent dat dit niet meer mag via de KOMO productcertificaten of een KOMO-attest-met-productcertificaat. Dit is van toepassing op alle kenmerken volgens de Annex ZA in de productnorm voor EPS (NEN EN 13163) en voor Airpop® als licht ophoogmateriaal (NEN EN 14933). De overige kenmerken en producteigenschappen mogen nog wel worden gecommuniceerd via private kwaliteitsverklaringen, zoals KOMO.

Om als producent niet in strijd met de regelgeving te handelen bieden wij onze producten niet meer met een KOMO-productcertificaat of KOMO-attest-met-productcertificaat of met een ander KOMO- kwaliteitslabel aan*. Dit betekent niet dat daarmee de kwaliteit in het geding is. Aan de essentiële eigenschappen en de kwaliteit van onze producten is niets veranderd. Onze producten blijven onderhevig aan uitgebreide kwaliteitscontroles. Regelmatig vinden er interne en externe controles plaats. Met deze controles wordt de kwaliteit van onze producten en van ons eigen kwaliteitssysteem bewaakt.

In het kader van deze bepaling zijn onze DoP-verklaringen aangepast. De actuele versies zijn te vinden op deze site.

* Dit geldt niet voor alle SlimFixXT of SlimFix dakplaten omdat hier geen geharmoniseerde Europese productnorm voor bestaat. De huidige KOMO-certificaten kunnen daarom gehandhaafd blijven.

Uw internetbrowser is verouderd.

Voor een goede weergave is een recente versie van uw browser vereist.

Deze webpagina is niet geschikt voor mobiele devices

U kunt deze pagina openen via uw desktop.